Geschiedenis

In 1931 verzochten enkele inwoners van Santpoort aan de bisschop om  in Santpoort een nieuwe parochie te stichten. Op 1 augustus van datzelfde jaar werd pastoor Goossens benoemd als eerste pastoor van onze parochie. Hij moest de parochie op poten gaan zetten. Hij wist in korte  tijd het benodigde geld bijeen te sprokkelen en op 4 april 1932 werd de  eerste steen van de huidige kerk gelegd. De kerk is ontworpen door Jos Bekkers, een architect die meer kerkgebouwen op zijn naam heeft staan. 

Op 27 oktober 1932 kon bisschop Aengenent de kerk van Onze Lieve Vrouw van  Altijddurende Bijstand inzegenen. Een schilderij van pastoor Goossens hangt vlakbij de ingang van de kerk, vlak naast de bel. Een niet zo'n  rustig plekje, want de misdienaars zien er een sport in om deze bel bij het begin van een viering zo hard mogelijk te luiden.

De naam

Het eerste gebouw dat de parochie tot zijn beschikking heeft is de kerk in Santpoort. Met zijn scherpe punt is onze kerk een beeldbepalend element in Santpoort-Noord. Om dit extra te benadrukken zijn er eind 2001 vier lampen op de kap van de toren geplaatst en een lamp op poten om de voorkant in het zonnetje te zetten.

De beelden

De jaarlijkse schoonmaak is de uitgelezen gelegenheid om uw favoriete  beeld te bekijken en dan tegelijk weer mooi te laten glimmen.

Speurtocht

Een van de hoogtepunten tijdens de voorbereiding van de eerste  communicanten is altijd de gezamenlijke speurtocht van ouders en  kinderen door de kerk. Er zijn dan altijd voorwerpen te zien, waarvan de  betekenis niet (meer) bekend is. De pastor kan dan antwoord geven op de vragen.

Foto: Plechtige  inzegening van de nieuwe kerk (parochie O.L.Vrouw van Altijd Durende  Bijstand) te Santpoort door Z.H. Exc. Mgr. Aengenent op 27 oktober 1932 , Noord-Hollands Archief,  Gemeente Velsen, KNA001019180   

BOUWKUNDIGE WEETJES NAALDKERK

De Architect 

De opvallende kerk aan de Frans Netscherlaan in Santpoort-Noord heet officieel de kerk van Onze Lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand. Het zal duidelijk zijn waar de meer populaire naam Naaldkerk vandaan komt.
De kerk werd in 1932 in gebruik genomen. Tot dan waren de katholieken in Santpoort-Noord aangewezen op de Engelmunduskerk in Driehuis.
Het bijzondere gebouw werd ontworpen door architect Jos Bekkers. Hij leefde van 1892 tot 1945. Zijn werk heeft veel kenmerken van de Amsterdamse School: veel gebruik van baksteen, gevelversieringen, steile daken en ladderramen.

In de jaren dertig bouwde hij een aantal kerken en was hij huisarchitect voor enkele kloosterordes. Een aantal van deze kerken hebben een sterke onderlinge gelijkenis. De eveneens Onze Lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand genoemde kerk in Eindhoven lijkt een iets grotere versie van onze Santpoortse kerk. Helaas is deze Eindhovense grotere broer in 1995 afgebroken. Andere gelijkende kerken zijn de Vredeskerk in Amsterdam, de Martinuskerk in Zwaag en de Jacobus de Meerdere in Zwaagdijk-West.
Helaas kwam er een triest einde aan het leven van deze architect. Omdat hij principieel weigerde lid te worden van de z.g. Kultuurkamer werd hij weggevoerd achtereenvolgens naar de concentratiekampen Oranienburg en Buchenwald. Hij overleed tenslotte in 1945 in kamp Langenstein.

Het gebouw 

In de loop der jaren heeft het gebouw een aantal aanpassingen ondergaan. Extern vooral de later aangebouwde zij-ingangen; intern het weghalen van een aantal rijen banken. Deze stonden origineel tot bijna aan de hoofdingang geplaatst.
Ruim 10 jaar geleden werd na een aantal jaren intensief werk, onder andere met een grote groep vrijwilligers, een veranderd interieur opgeleverd, gericht op meer flexibiliteit in het gebruik van de ruimte en beperking van de energiekosten. De veranderingen hielden onder meer in:

-Het verwijderen van een groot aantal banken, aanpassing van de vloer en plaatsing van kerkstoelen.

-Plaatsing van een altaar-podium dichterbij de aanwezige kerkgangers.

-Afscherming van de transepten; één ingericht als dagkapel en de ander als opslagruimte voor diverse materialen en stoelen.

-Bouw van twee ruimtes achterin de kerk; één te gebruiken als rouwhuiskamer, waarin de oorspronkelijke doopkapel ging fungeren als opbaarruime; de ander ingericht als serviceruimte met een garderobe, toiletten en een keuken.

-Het open maken van twee van de drie biechtstoelen en deze inrichten als passende ruimte voor een geboorte- en gedachteniskapel.

-Volledig nieuwe verlichting met meer licht en een aanzienlijk lager elektriciteitsverbruik (80-90% reductie). Ook de prachtige houten kap van de kerkzaal is nu goed te zien.

-Vervanging van de inefficiënte op kolen en later olie gestookte hete lucht verwarming door gasgestookte stralingsverwarming.

-Verbouwing van de oude sacristie tot een ruimte die multifunctioneel gebruikt kan worden voor kleinere groepen.

Het is bij de werkzaamheden tevens gelukt om veel van de te verwijderen voorwerpen en materialen te behouden of een andere functie te geven.
Zo werden de afgevoerde eikenhouten banken uit elkaar gehaald, het hout geschaafd en dit als bekleding gebruikt voor de vier afgeschermde ruimtes.
Werden de deuren van de biechtstoelen gebruikt als deuren voor de nieuwe achterzij-ingangen.
Werd het fraaie smeedijzeren hekje dat toegang gaf tot de doopkapel, opgenomen in het hekwerk dat voor de hoofdingang werd geplaatst ter bescherming tegen vandalisme.
Werden de monumentale marmeren communiebanken, die bij de plaatsing van het altaar-podium in de weg stonden, volledig gedemonteerd en achterin de kerk opnieuw opgebouwd.

De Mariakapel

Schatrijk! opgetekend door Maarten Oudema
Met schatten weet je het maar nooit. Je kunt er naar zoeken, graven zelfs, en dan nog is succes niet verzekerd. Maar je kunt ook al een schat in je bezit hebben, zonder dat je je daar zo bewust van bent. Inschattingsfoutje, moet je dan maar denken.
Kerkcollectie Digitaal van het Museum Catharijnenconvent in Utrecht is eigenlijk een soort handleiding bij het schatgraven. Het bezit van veel kerken staat er geïnventariseerd. Ook van onze kerk, die als volgt in Kerkcollectie Digitaal wordt geïntroduceerd:
“Tot 1932 gingen katholieken uit Santpoort naar de St. Engelmunduskerk in Driehuis. Maar Santpoort breidde zich uit en men vroeg toestemming een eigen parochie te stichten. Hiermee ging de pastoor van Driehuis niet akkoord, omdat hij dan zijn parochie en inkomsten gehalveerd zag. De bisschop gaf toch toestemming.”
En zo werd de parochie OLVAB te Santpoort gesticht door pastoor Goossens. In oktober 1932 werd de nieuwe kerk naar een ontwerp van Jos Bekkers geconsacreerd door de bisschop van Haarlem.
Uit het begin van die dertiger jaren dateert ook de wandschildering in de Mariakapel van kunstschilder Otto van Rees, zo blijkt uit de inventarisatie. Otto van Rees? Dat deed bij mij niet echt een bel rinkelen, laat staan een kerkklok luiden. Dus maar even wat aanvullende digitale bronnen geraadpleegd. En wat blijkt, deze kunstenaar is jarenlang opgetrokken met de fine fleur van de Nederlandse en Europese schilderkunst uit de eerste helft van de 20e eeuw.
Otto van Rees (1884-1957) dus, kunstschilder, stammend uit een intellectueel socialistisch milieu. Zijn vader was hoogleraar Histologie aan de Universiteit van Amsterdam en samen met zijn vrouw was deze mede stichter van de Kolonie van internationale Broederschap in Blaricum, een ontmoetingsplaats voor vrijdenkers, anarchisten, filosofen en kunstenaars. Dus dat Otto kunstenaar werd, verbaast niet. Autodidact, want dat past wel bij zo’n ‘vrijgevochten bende’. Maar hij kreeg toch ook schilderles, van Jan Toorop bijvoorbeeld. En die raadde hem aan naar Parijs te gaan. Samen met zijn jonge vrouw Adya kwam hij daar in contact met Pablo Picasso, werd hij bevriend met Kees van Dongen en ontmoette hij er ook Piet Mondriaan. Ze gingen regelmatig naar Ascona in Italië, dat ook een favoriete ontmoetingsplaats was voor vrijdenkers. Van Rees liet zich meevoeren door stromingen als het neo-impressionisme, het avant-gardisme en het dada-isme.
Onder invloed van WO I en persoonlijk leed keerden Otto van Rees en zijn vrouw in de twintiger jaren terug naar de Nederlanden, waar de Bergense School aantrekkingskracht op hem uitoefende. Maar de economische crisis (1929) en de daaruit voortvloeiende persoonlijke financiële problemen zetten zijn relatie en leven onder druk. Hij leidde een tijdje een zwervend bestaan, totdat hem in Utrecht een atelier ter beschikking werd gesteld, waar hij o.a. samen met Gerrit Rietveld kon en mocht werken. In het begin van die dertiger jaren legde hij zich steeds meer toe op portretten, stillevens en religieuze voorstellingen. En dan is het dus niet verwonderlijk, dat hij - waarschijnlijk in opdracht - rond 1932 een muurschildering maakt, die sindsdien de wanden van onze Mariakapel siert.
Een bijzonder kunstwerk van een bijzondere kunstenaar met een bijzondere geschiedenis. Wat een rijk bezit eigenlijk! Schatrijk, mag je wel zeggen! Daar mogen we dus wel heel zuinig op zijn! De erven Van Rees hebben in ieder geval na het overlijden van Otto de ‘Van Rees Stichting’ in het leven geroepen om het culturele erfgoed van Otto en Adya van Rees te behouden en te beheren.